Joep Meijsen
28 december 2009, 10:34
Het gratis dagblad De Pers heeft vanmorgen een uitgebreid verhaal over het Nederlandse ijshockey, het zwarte schaap onder de schaatssporten in Nederland. Met bondsvoorzitter Joop Vullers en bondscoach Tommie Hartogs over de Olympische droom van 2018.
Van marathonschaatsers tot de mannen van de langebaan, ze worden aanbeden in schaatswalhalla Nederland. Maar wat is de status van die andere schaatssport?
Ja, we zijn gek op schaatsen in Nederland. En we zijn nog goed ook. We domineren de internationale toernooien en hebben na één nacht vorst al last van de Elfstedenkoorts.
Maar zodra een puck en een stick ons mooie ijs ru?neren, haakt het schaatsgekke Nederland af. Iets meer dan drieduizend leden telt de nationale ijshockeybond op dit moment slechts. En dat terwijl liefst 7 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder over ijshockeyschaatsen beschikt.
?Toch ziet de toekomst van het Nederlandse ijshockey er goed uit?, vertelt bondscoach Tommie Hartogs. ?In de jaren tachtig hebben we, onder andere met de deelname aan de Olympische Spelen van Lake Placid, onze beste jaren gehad. Maar dat hebben we destijds bewerkstelligd met veel Nederlandse Canadezen. En dat is nu niet de bedoeling. We zetten in op de Spelen van 2018.?
Ambitieus
Of dat een realistische doelstelling is? Bondsvoorzitter Joop Vullers denkt van wel. ?We hebben hoog ingezet, dat klopt. Maar het is niet onmogelijk. Met deze doelstelling willen we ook een signaal afgeven ? we zijn ambitieus en zullen er alles aan doen de Spelen te halen.?
Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat olympische deelname op dit moment nog ver weg is. De Oranje-mannen van Hartogs komen uit in de eerste divisie van het internationale ijshockey en hadden de laatste jaren alle moeite niet te degraderen naar de tweede divisie. Promotie naar de A-groep is de eerste missie van de bondscoach. Hartogs: ?Vergeet niet dat we de laatste jaren veel verjongingen hebben doorgevoerd. En dat zonder te degraderen! Het kan nog even duren voordat ook de buitenwereld onze ontwikkeling opmerkt ? gelukkig hebben we nog even tot 2018 ?maar intern weten wij hoe ver we zijn. Neem een voorbeeld aan de opkomst van de volleyballers in 1992. Voor die tijd had nog niemand van de mannen van bondscoach Arie Selinger gehoord, maar ze trainden al jaren keihard in de bossen van Papendal voor dat ene doel.?
Hartogs en Vullers baseren hun positivisme op de start van een Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) in Eindhoven. De grootste ijshockeytalenten van het land kunnen zich daar sinds september volledig richten op hun sport.
Hartogs is één van de coaches. ?Ik moest het vroeger doen met drie trainingen in de week en als ik geluk had, kon ik voor mijn training nog tikkertje doen op het ijs. Maar deze jongens kunnen zich nu onder ideale omstandigheden verder ontwikkelen, zijn echt professioneel bezig. En dat moet over een jaar of vijf zijn vruchten afwerpen.?
Imports
Gevolg is dat ook het niveau van de Nederlandse competitie in de toekomst verder aantrekt. Vullers: ?Buitenlandse spelers hadden tien jaar geleden een enorme toegevoegde waarde in vergelijking met de Nederlandse ijshockeyers. Dat verschil is nu al veel minder groot.?
Hartogs: ?Destijds maakten veel teams gebruik van soms wel twaalf tot dertien imports. Dat is nu al anders. In de eredivisie mag je nu zeven imports voor een normale prijs contracteren, wil je een achtste import dan kost je dat als club meer. De komende jaren gaan we van zeven, naar zes, naar vijf imports. We willen toe naar zo veel mogelijk Nederlanders, aangevuld met enkele buitenlanders die echt een toegevoegde waarde hebben.?
Hardste bodychecks
Brent Gauvreau is één van die buitenlanders. De Canadees speelde in een ver verleden zelfs voor het NHL-team van de Phoenix Coyotes. ?Maar ik was verrast over het niveau in Nederland?, zegt de aanvaller van de Geleen Eaters. ?Het is een goede competitie, waarin ik echt niet alleen op mijn talent kan varen. Het verschil met het ijshockey in Noord-Amerika? In Canada en de Verenigde Staten is het veld kleiner, waardoor het spel automatisch fysieker is. In Nederland en in de rest van Europa draait alles vooral om techniek, inzicht en snelheid, maar in Noord-Amerika proberen de spelers ruimte voor zichzelf te creëren door veel kracht te gebruiken.?
Maar juist dat fysieke ijshockey doet het ontzettend goed bij het publiek. Van de hardste bodychecks tot een enkele vechtpartij op het ijs, de Amerikanen en Canadezen zijn er dol op. Toch trekt ook in ons land de belangstelling voor de sport aan, niet in de laatste plaats door de speciale ijshockeyuitzendingen van SBS 6. Tel daar het nieuwe CTO én de organisatie van het WK voor B-landen in 2010 in Tilburg bij op en die olympische droom komt steeds dichterbij.
Van marathonschaatsers tot de mannen van de langebaan, ze worden aanbeden in schaatswalhalla Nederland. Maar wat is de status van die andere schaatssport?
Ja, we zijn gek op schaatsen in Nederland. En we zijn nog goed ook. We domineren de internationale toernooien en hebben na één nacht vorst al last van de Elfstedenkoorts.
Maar zodra een puck en een stick ons mooie ijs ru?neren, haakt het schaatsgekke Nederland af. Iets meer dan drieduizend leden telt de nationale ijshockeybond op dit moment slechts. En dat terwijl liefst 7 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder over ijshockeyschaatsen beschikt.
?Toch ziet de toekomst van het Nederlandse ijshockey er goed uit?, vertelt bondscoach Tommie Hartogs. ?In de jaren tachtig hebben we, onder andere met de deelname aan de Olympische Spelen van Lake Placid, onze beste jaren gehad. Maar dat hebben we destijds bewerkstelligd met veel Nederlandse Canadezen. En dat is nu niet de bedoeling. We zetten in op de Spelen van 2018.?
Ambitieus
Of dat een realistische doelstelling is? Bondsvoorzitter Joop Vullers denkt van wel. ?We hebben hoog ingezet, dat klopt. Maar het is niet onmogelijk. Met deze doelstelling willen we ook een signaal afgeven ? we zijn ambitieus en zullen er alles aan doen de Spelen te halen.?
Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat olympische deelname op dit moment nog ver weg is. De Oranje-mannen van Hartogs komen uit in de eerste divisie van het internationale ijshockey en hadden de laatste jaren alle moeite niet te degraderen naar de tweede divisie. Promotie naar de A-groep is de eerste missie van de bondscoach. Hartogs: ?Vergeet niet dat we de laatste jaren veel verjongingen hebben doorgevoerd. En dat zonder te degraderen! Het kan nog even duren voordat ook de buitenwereld onze ontwikkeling opmerkt ? gelukkig hebben we nog even tot 2018 ?maar intern weten wij hoe ver we zijn. Neem een voorbeeld aan de opkomst van de volleyballers in 1992. Voor die tijd had nog niemand van de mannen van bondscoach Arie Selinger gehoord, maar ze trainden al jaren keihard in de bossen van Papendal voor dat ene doel.?
Hartogs en Vullers baseren hun positivisme op de start van een Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) in Eindhoven. De grootste ijshockeytalenten van het land kunnen zich daar sinds september volledig richten op hun sport.
Hartogs is één van de coaches. ?Ik moest het vroeger doen met drie trainingen in de week en als ik geluk had, kon ik voor mijn training nog tikkertje doen op het ijs. Maar deze jongens kunnen zich nu onder ideale omstandigheden verder ontwikkelen, zijn echt professioneel bezig. En dat moet over een jaar of vijf zijn vruchten afwerpen.?
Imports
Gevolg is dat ook het niveau van de Nederlandse competitie in de toekomst verder aantrekt. Vullers: ?Buitenlandse spelers hadden tien jaar geleden een enorme toegevoegde waarde in vergelijking met de Nederlandse ijshockeyers. Dat verschil is nu al veel minder groot.?
Hartogs: ?Destijds maakten veel teams gebruik van soms wel twaalf tot dertien imports. Dat is nu al anders. In de eredivisie mag je nu zeven imports voor een normale prijs contracteren, wil je een achtste import dan kost je dat als club meer. De komende jaren gaan we van zeven, naar zes, naar vijf imports. We willen toe naar zo veel mogelijk Nederlanders, aangevuld met enkele buitenlanders die echt een toegevoegde waarde hebben.?
Hardste bodychecks
Brent Gauvreau is één van die buitenlanders. De Canadees speelde in een ver verleden zelfs voor het NHL-team van de Phoenix Coyotes. ?Maar ik was verrast over het niveau in Nederland?, zegt de aanvaller van de Geleen Eaters. ?Het is een goede competitie, waarin ik echt niet alleen op mijn talent kan varen. Het verschil met het ijshockey in Noord-Amerika? In Canada en de Verenigde Staten is het veld kleiner, waardoor het spel automatisch fysieker is. In Nederland en in de rest van Europa draait alles vooral om techniek, inzicht en snelheid, maar in Noord-Amerika proberen de spelers ruimte voor zichzelf te creëren door veel kracht te gebruiken.?
Maar juist dat fysieke ijshockey doet het ontzettend goed bij het publiek. Van de hardste bodychecks tot een enkele vechtpartij op het ijs, de Amerikanen en Canadezen zijn er dol op. Toch trekt ook in ons land de belangstelling voor de sport aan, niet in de laatste plaats door de speciale ijshockeyuitzendingen van SBS 6. Tel daar het nieuwe CTO én de organisatie van het WK voor B-landen in 2010 in Tilburg bij op en die olympische droom komt steeds dichterbij.